> Batik in de kijker

Maart en Oktober 2005 in het teken van de Batik!


Rita Trefois

Wat is Batik?
Batik is een uitsparingtechniek en wellicht één van de oudste technieken voor het versieren van weefsel.
Het woord ‘Batik’ is de Javaanse omschrijving voor een techniek waarbij gesmolten was gebruikt wordt als reserveringsmiddel.
In het Engels spreekt men van ‘wax-resist’, in Japan van ‘Roketsu-zome’ of ‘Rõ-zome’ en in China ‘Láràn’.
Het Javaanse woord ‘Batik’ is bij ons het best gekend maar de verschillende omschrijvingen worden vandaag internationaal door elkaar gebruikt voor het aanduiden van deze techniek.
Er wordt met hete, vloeibare was getekend/ geschilderd op doek (stof). Dan wordt er geverfd. Het resultaat is een helder motief op een gekleurde achtergrond want vanwege de waterafstotende eigenschap van was, kan geen verf in de stof dringen daar waar met was getekend werd.
Zijn meer kleuren gewenst, dan krijgt het werk een tweede kleurenbad. Maar eerst wordt een deel van de eerste kleuring bewaard door die te bedekken met vloeibare was.
Het resultaat is nu het originele witte motief plus de bijkomende vormen, gecreëerd door hete vloeibare was boven op de eerste kleuring. Maar die tweede, toegevoegde kleur zien we niet, omdat waterige verf doorschijnend is. Daarom is de achtergrondkleur een mengeling van de eerste en tweede kleur. Indien gewenst kan er zo verder gewerkt worden tot wanneer voldoende kleurschakeringen en tekeningen op de stof verkregen werden.
Elke nieuwe kleurlaag zal zich telkens vermengen met de eerder verkregen kleurnuance. Het achterhalen van de oorsprong van Batik is niet eenvoudig vanwege de vergankelijkheid van textiel en de slechte klimatologische omstandigheden waarin stoffen vaak bewaard werden.
Rõ-zome is in Japan gekend vanaf de zevende of achtste eeuw. Rond de negende eeuw verdween deze techniek. Het is echter pas in het begin van de twintigste eeuw dat de Rõ-zome opflakkert bij de terugkeer van ambachtslieden en kunstenaars die op hun reizen naar India en Europa (Nederland, Duitsland en Frankrijk) geconfronteerd werden met de Indonesische batiks die daar zeer in trek waren.
De Rõ-zome zoals die nu in Japan toegepast wordt is een recente “kunstvorm”, die gegroeid is uit etnische en creatieve bezigheden.
Textielkunst werd honderden jaren gedomineerd door de productie van kimono’s. De hoge kwaliteit waaraan stoffen moesten voldoen, ligt aan de basis van de deskundigheid van de traditionele ververs. De minste fout was voldoende om een volledige partij stof te weigeren. Sommige onderzoekers veronderstellen dat gebatikt textiel tegelijkertijd ontstond in sterk uiteenlopende regio’s
zoals India, Peru, China, Syrië en Egypte. Ook in de streek rond de Middellandse Zee werden overblijfsels gevonden van gebatikte stoffen.
In Afrika wordt vandaag in diverse landen gebatikt, zowel met was als met stijfsel. Hun batik is meestal grover en niet zo geraffineerd zoals in Indonesië en Japan. Maar daarom zeker niet minder interessant. Zowel Nederland als Engeland kende de
invloed van de Indonesische batik door hun handel via de Oost-Indische Compagnie. In de 19° eeuw kende Nederland al kunstenaars
die het medium batik gebruikten voor hun kunstwerken.
De eerste Europese batikkunstenaar was Carel Lion Cachet uit Amsterdam (1891). Daarna kwamen o.a. Gerrit Willem Dijsselhof (1894), Thorn Prikker (1896) e.a. en vanaf 1900 was Chris Lebeau het meest bekend.
Ook in België waren kunstenaars aangetrokken door Batik. Zo kennen we Henri van de Velde (1863-1957) ontegensprekelijk de eerste
kunstenaar die geïnspireerd werd door de Indonesische Batiks die hij te zien kreeg in Nederland. Niettegenstaande hij waarschijnlijk weinig of geen batiks zelf maakte, spoorde hij zijn Nederlandse vriend Thorn Prikker aan gebatikte weefsels te vervaardigen.In 1905 ging Marguerite de Backer uit Brussel naar Haarlem (Holland) om Batik te studeren in het Laboratorium van het Koloniaal Museum. Jacques Bergmans uit Gent ging eveneens naar Haarlem, naar hetzelfde Laboratorium. Vanaf 1911 leidde hij zijn eigen batikexperimenten aan l’Ecole Industrielle in Gent, later bekend als de Nijverheidsschool. Sommige van Jacques Bergmans’ werken,
gemaakt rond 1925, zijn in de verzameling van het Design Museum in Gent opgenomen.
Rond 1925 was Batik zeer populair in België en Nederland. In datzelfde jaar stelden ongeveer 20 Belgische kunstenaars hun batikwerk tentoon op een tentoonstelling over Sierkunst in Parijs-hoofdzakelijk vrouwen, omdat batik op dat moment ook een hobby voor vrouwen was.
Jammer genoeg werden deze werken nooit opgenomen in musea verzamelingen. Deze gegevens zijn het resultaat van opzoekingen
gedaan door Maria Wronska- Friends uit Australië.
Na Jacques Bergmans hebben andere leraars de traditie voortgezet in de Nijverheidsschool en later het Belgisch Textielinstituut.
Na een stille periode herleefde de batik in de jaren 70-80. Uit die periode komen heel wat hedendaagse kunstenaars. Het merendeel
van hen zijn nooit andere technieken gaan gebruiken voor hun expressie. Er is een mysterieuze kracht die hen drijft om steeds weer de was te gaan gebruiken om te tekenen.


Rita Trefois, docente


Hélène De Ridder

Een uitzonderlijke lezing op vrijdagavond 4 maart 2005 om 19.30u

Door batikkunstenares Hélène De Ridder over
                                            “De filosofie van mijn batikwerk”


Voor meer info:
Rita Trefois, Lijnmolenstraat 52
9040 Sint-Amandsberg-Gent • tel/fax: 09.229.18.49
of rita.trefois@pandora.be of www.tobasign.com

Gratis toegang voor leden van KUNSTZIN en cursisten
Niet leden € 2

Hakudo Sanada in Gent

 
Batikkunstenaar Hakudo Sanada komt in oktober 2005 naar de galerie!
De Japanse batikkunstenaar Hakudo Sanada stelt in galerie Etienne Dewulf tentoon van 2 tot 23 oktober 2005.
De opening heeft plaats op zondag 2 oktober in aanwezigheid van de kunstenaar en zijn echtgenote.
Tijdens de week van 3 oktober zullen er batikworkshops gegeven worden door Hakudo Sanada zelf.

Meer informatie over de workshops bij Jacques Coenye, telefoon 09.371.44.33 of e-mail jacques.coenye@skynet.be
 

 

 

 



Hakudo Sanada woont en werkt in Takarazuka in de prefectuur Hyogo.

In 1969 vertrok hij met zijn familie naar Indonesië. Hij ontdekte er de batiktechniek en was er onmiddellijk door gefascineerd.

Na de terugkeer naar Japan vertrok hij alleen naar Indonesië in 1972 om er de batiktechniek aan te leren in het “ National Batik Research Institute” in Yogyakarta in Centraal Java.

Hij bestudeerde er niet alleen de techniek maar ook de Indonesische batikmotieven.

Bij zijn terugkeer in 1974 stichtte hij in 1982 de batikkunst-vereniging “Batik-Art”.

Naast het lesgeven in Kansai (Osaka) en Kanto (Tokyo) maakt hij ook eigen werk dat hij voltooit in 2000.

Zijn opvatting over batik is “harmonie” tussen de traditionele Javanse batik en een moderne zienswijze die hij maakt met de rechte en gebogen lijnen. Hij catalogeert zijn werken niet onder “traditioneel Japans” noch onder “westers” of “etnisch” maar onder zijn eigen naam “Hakudo batik”.

Het zijn de “Hakudo batik-werken” die op de tentoonstelling zullen te zien zijn.
.