|
|
Dit is de standaard tekst.
|
In 1874
wordt het nieuwe Sint-Elisabethbegijnhof van Sint-Amandsberg in gebruik
genomen als opvolger van het gelijknamige Gentse begijnhof (aan het Rabot)
dat opgeheven wordt. Met de financiële steun van hertog Engelbert van
Arenberg werden hier in twee jaar tijd 14 conventen, 80 huizen, het
groothuis, de infirmerie, de begijnhofkerk en de Sint-Antoniuskapel gebouwd.
Toen verhuisden meer dan 700 begijnen van Gent naar Sint-Amandsberg.
Vandaag zijn er
geen begijnen meer in Sint-Amandsberg. Toch ademt het ommuurde hof nog steeds
de rust en de vrede uit van een vroom verleden toen de devote vrouwen er hun
leven vulden met "kerken en werken". De begijnenhuizen worden nu verhuurd aan
gezinnen en alleenstaanden; de conventen worden gebruikt door allerlei
socio-culturele verenigingen.
Nu het doek
definitief gevallen is over bijna acht eeuwen begijnenbeweging worden hier nog
eeuwenoude tradities gerespecteerd: de poorten gaan open en dicht op vaste
uren, de bleekweide blijft een idyllisch middenplein, de oase van rust wordt
angstvallig bewaard. Het jongste begijnhof ter wereld wordt hier gekoesterd
voor zijn bouwkundig erfgoed en beschermd tegen de bedreigingen van de moderne
materialistische maatschappij.
Roger Poelman