Een bloemlezing uit de gedichten, geschreven tijdens de cursus - Op zoek naar de Muze

 Winter

 

Winter is een vrouw.

In haar buik bewaart ze

duizendmaal de eerste sneeuw.

 

Winter is een moeder.

Met haar handen smelt ze

de draden ijs voor alle ramen.

 

Winter is een dame.

In haar rijpwit haar schitteren

alle kristallen vergezichten.

 

Sneeuwblind kijk ik achterom

maar niemand wacht.

 

Erna Schelstraete

Seizoenen

Onvermoeibaar groen leidde mij
van januari tot december

ejaculatie van bloemen
putte het voorjaar uit

dronk met Anabelle de zomer
onder mijn schaduwboom

Catalpa kaalt, lucht staat in vlok
witte mascara strijkt zich uit

ledematen van glas bewegen traag
bang voor chrysanten berg ik mijn tuinstoel op.

Luc C. Martens

 

voortaan bewaar ik mijn wijn niet meer in kelders

maar op het strand, want de zee heeft dorst

van al dat zout in haar woorden

 

voortaan bewaar ik mijn wijn niet meer op het strand

maar in de regen, want de lippen van de regen zijn zoet

en weten hoe een kurk te strelen

 

voortaan bewaar ik mijn wijn niet meer in de regen

maar in de grond, omdat daar aarde woont

en water dat mijn wijn niet schaden kan

 

voortaan bewaar ik mijn wijn niet meer

 

roel richelieu van londersele