Op reis

Op reis
is de helft van mij
een zee van jou.
Hoogblauw
onder stalen vleugels
streept condens
ijskristallen lang
de hemel langs.

Maar hier
gevouwen
in de holte van mijn oksel
parelt
je adem
heel de wereld ons.

In deze wereld
stap ik over glas
en volgen blinde ogen
het kraken van mijn voeten.
Ik voel de pijn die altijd was,
vergeten was :
de zon die avond eet
en ochtend braakt
in een hels tempo
de dagen van mijn leven jaagt.

En God
Je was zo haastig.
In die zeven dagen

heb Jij ook mijn tijd bepaald.

 

.