![]() |
Thomas Rubico voor de opening van de tentoonstelling met Nicole De Pue en Didier Verriest |
Vergeten reizen
Altijd keren wij op onze stappen terug. Onwetend halen wij hallucinante herinneringen aan beelden op. We betreden hetzelfde landschap. Maar anders getekend. We ontmoeten dezelfde mens. Ontevreden.Onvolkomen. Krampachtig houden wij de momenten vast. Hardnekkig boetseren wij pijnlijke pogingen. De naakte waarheid schijnbaar verdoezeld in mistige contouren. Vreemd hoe onze ogen door het landschap reizen. Afbraak.Verval. Niets ontgaat ons. Van wie de auto. De laatste bewoner.
We vergeten wie we zijn. Onthouden alleen maar data. Absurd bouwen wij nieuwe huizen, vergeten de charme van oude golfplaten. Wij stapelen keramische schijfjes op. Onze problemen zijn licht of zwaar. Ons leven een cirkel.
We vluchten weg naar diepe meren. Het water een spiegel. We spelen het eeuwige spel. Linten in ons haar. Zelfspot om te grote oren. Wij zijn eindeloos gestoord. Voortdurend keren wij terug. Wij zoeken onszelf in wat ooit was. Waarom vergane glorie? Waarom hebben wij stopsels in onze oren? De schrik slaat ons om het hart. Wij willen het niet horen.
We zoeken de schaduw van een hoge boom, vleien ons in vele varens. Vuile plaveien verlichten onze stappen. Wij denken aan treinen, maar zijn niet zeker. Wie droeg hier ooit de zware zakken? Hoe groot was het schip?. Waarom zien wij meer dan wie niet kijkt? Hoe zij zich verschuilen in ivoren torens. Waanzin van een keizerrijk. Hoe zij zichzelf ombrengen, wurgen met de eigen koorden.
Van Oost naar West reizen wij. Alleen wij zien witte wolken. Wij bouwen oude silo’s in beton. Alleen wij zien de nerven van een onontkoombaar proces. Wij rijden steeds maar verder door het landschap. Woestijn en stenen. En wolken die als een tornado dreigen. We blijven staan waar anderen nooit komen. Wij meren aan waar zij snel voorbijvaren. Ooit nog worden wij een uitstervend ras. Onze ogen vallen op oeroude materie. Verstarring van eeuwen geleden opnieuw geboren.
Waarom treurt een wilg en zat er iemand op het bankje er naast ? Waarom hurken dat mannetje en vrouwtje daar neer? Miljoenen bomen. Miljarden mensen. Niemand weet het. Niemand ziet de ladder. Niemand voelt zijn arm. Hoe hij de emmer water laat zakken en er één druppel overloopt. |